Kerstwens 2015

Doe-het-zelf lichtpunt   

Maak het lichtpunt op maat voor kaars of waxinelicht
Versier je lichtpunt met ,  of ; plak de uiteinden vast
Plaats je lichtpunt waar dit het meest tot zijn recht komt
Ik wens jou fijne feestdagen en veel licht in 2016!

Marianne Fortuin

 

 

Kerstkaart 2014

 

De kerstman zat bij de open haard te puzzelen. Sinterklaas vroeg ‘welke doe je nu?’ ‘Zoek de verschillen’, antwoordde de kerstman, ‘heel grappig’. ‘Grappig? Helemaal niet!’ riep sinterklaas gebelgd uit. ‘Lees je geen kranten, kijk je geen TV? De verschillen worden steeds groter! Tussen arm en rijk, tussen blank en elke andere kleur, tussen liefdevol en wreed, tussen machtsmisbruikers en machtelozen en ga zo maar door!’


De kerstman keek op van zijn puzzelblad. ‘Ik heb hier wat voor jou om te lezen’, zei hij, en hij gaf zijn vriend een populair wetenschappelijk tijdschrift. ‘Er staat een artikel in over het multiversum. Eerst dachten ze dat er maar één universum was, maar dat klopt niet. Concreet houdt dat multiversum in, dat wij bestaan in parallelle werelden, en door de keuzes die we maken, gebeuren er in die werelden verschillende dingen. Dat kunnen goede, maar ook minder goede zijn.’


Sint las geboeid, waarna hij verbijsterd opkeek. ‘Het duizelt me; overal in die andere werelden bestaan we ook?’ ‘Ja, Nico’, antwoordde de kerstman. ‘Ik vind dat een heel hoopvol gegeven. Het belangrijkste is de goede keuze te maken, hier en nu. Want met die andere werelden hebben we nog geen contact, maar jouw goede keuze op deze planeet beïnvloedt jouw ‘andere ikken’ in de parallelle werelden positief. Prachtig, toch?’

 

 Ik maak nu gelijk maar de keuze, om jou fijne feestdagen en een mooi 2015 te wensen!

 

 

Brief aan Annie

 

Beste Annie,


Het is dat ik die te gekke lift van Abeltje maar niet kan vinden, anders was ik al lang bij je op de thee gekomen. Dan maar gewoon een berichtje per post.


Jouw gedichten – door sommige zure critici kleinerend versjes genoemd – begeleiden me al mijn hele leven. Minstens drie generaties hebben kennis gemaakt met het Beertje Pippeloentje, Ubbeltje van de bakker en Dikkertje Dap. En alle spinnen bij mij thuis heten Sebastiaan. Bedankt daarvoor!


Je hield niet van saai en vroeg je altijd af waarom iets zo hoorde. Die (maatschappij-)kritische houding spreekt uit al jouw teksten, of ze nu voor kinderen of volwassenen bedoeld zijn. Daarom was ik zo blij met jouw pennenvruchten, waardoor ik al die dikdoenerige mensen eens tegen het licht kon houden, en de voor zoete koek aangenomen conventies overboord kon kieperen. Dank ook hiervoor!


Hoe het hoort wisselt met de seizoenen, maar hoe mensen zich gedragen eigenlijk niet zoveel. Daarom wordt jouw werk nog steeds met veel plezier gelezen. Met jouw neus voor hypocrisie en benauwende dogma’s schreef je jarenlang de ene prikkelende, licht provocerende tekst na de andere. Ook je musicals ademden diezelfde sfeer, maar nooit was je pen in vitriool gedoopt of zo scherp dat er bloed vloeide. De kunst om met humor een spiegelrol te vervullen beheerste je als geen ander. Zoals met het schaap Veronica, dat braaf op de bank zit bij de dames Groen, maar ondertussen….. Of met de onvergetelijke Ja zuster, nee zuster. Driewerf dank!


Jij wist met je sprookjesachtige verhalen zoals Minoes en Abeltje mijn kinderhart voor altijd te vangen. Je hebt als geen ander je fantasie levendig gehouden. Met je tomeloze werklust heb je een oceaan aan heerlijk (voor-)leesvoer voor me achtergelaten. En het bijzondere is, dat jouw teksten nooit vervelen; steeds opnieuw ontdek ik de waarde van jouw rijmvondsten, je woordspelingen, je typeringen en je vaardigheid om met al die oer-Hollandse begrippen een wereld te scheppen waar ik weer even acht kan zijn, indachtig jouw credo ‘altijd 8 gebleven’. Een virtuele plek om te kunnen fantaseren, waar dieren kunnen praten en menselijke trekjes vertonen, waar het onmogelijke werkelijkheid wordt. Waar grote mensen een ondergeschikte rol spelen en kinderen zichzelf kunnen zijn. Dankzij jou, beste Annie, sta ik nog vaak – al was het maar in gedachten – met mijn handen op mijn rug, en zeg ik lekker niks terug, want ‘ik ben lekker stout’!

 

© 11 november 2014

 

De jurk

 

Vannacht droomde ik. Dat voorspelt niet veel goeds, want vanavond ga ik naar dat feest, van die ontzettend leuke jongen met die korenbloemenblauwe ogen en dat diepdonkere haar. In mijn droom struikel ik al bij het tuinhek, omdat ik niet gewend ben op hakken van 12 cm te lopen.
Mijn beste vriendin Debby is uitgenodigd en ik mag met haar mee. Zij komt me met haar autootje afhalen. Ik neem mijn dromen altijd serieus en heb daarom platte schoenen aangetrokken, hoewel ze een beetje lomp staan bij mijn jurk. Dat is een pastelkleurige creatie van ragfijne stof, die me zit als gegoten.


Omdat Debby altijd en overal de weg kwijtraakt, zijn we extra vroeg vertrokken. Deze keer gebeurt er een wonder: we zijn een halfuur te vroeg op het feestadres. Er wordt nog haastig een stofzuiger uit beeld gesleurd en voor ik het weet maak ik een smak op de nog natte tegelvloer van de hal. Paniek alom, de ouders van de jongen zijn nog niet vertrokken en zijn vader probeert me weer overeind te helpen. Hij is erg groot en sterk en houdt ineens een mouw in zijn handen. ‘Oh!’ roept hij uit, ‘sorry!’ Zijn moeder is inmiddels met een droge dweil in de weer en gaat op de zoom van mijn nieuwe jurk staan, op het moment dat Debby en onze gastheer me opzij proberen te trekken. Even later hangt driekwart van de rok er los en gerafeld bij. Gelukkig heb ik mijn allermooiste lingeriesetje aan, maar ik heb buiten de nieuwe gasten gerekend. Nietsvermoedend stappen ze binnen, één en al glimlach, en gericht op de gastheer kiepen ze een boeket en een aangebroken flesje bier over me heen. Op handen en voeten krabbel ik overeind, het gezelschap bij de deur een blik op mijn niet meer zo smetteloze achterwerk gunnend. Hoe ik erin slaag met mijn minuscule handtasje die antieke Chinese vaas van het halkastje te meppen weet ik niet, maar in mijn poging de scherven aan de kant te schoppen raakt mijn voet het glazen ruitje in de voordeur. Het bezwijkt kreunend en door de dan ontstane luchtstroom valt de deur naar de keuken met een enorme klap dicht. De vingers van een onbekend meisje moeten – zo blijkt later – gehecht worden en snikkend verlaat ze het pand. Buiten staat na korte tijd een rij wachtende feestvierders; het gelach en gegier is niet van de lucht. Sommigen hebben wat stoelen uit de achtertuin gehaald en maken het zich gemakkelijk, onderwijl de voor de gastheer meegebrachte drank maar zelf aansprekend. Iemand laat via een app een vrolijk liedje horen, er wordt gedanst, gezongen en geduldig gewacht tot de ingang weer vrij is.


Ik krijg het ondertussen behoorlijk koud in het halfmouwloze bovenstuk, waaraan nog net een strook stof van de rok bungelt. De zus van onze gastheer komt met een grote omslagdoek aan, die ze om me heen drapeert en met veiligheidsspelden vast wil maken. ‘Misschien had ik beter eerst mijn lenzen in kunnen doen’, verzucht ze, als ze me tot bloedens toe geprikt heeft. ‘Laat maar’, zeg ik, en ik gris de omslagdoek uit haar handen. Met een knoop om mijn middel wordt het ding vastgemaakt. In de keuken wil ik mijn gezicht wassen, en in mijn haast om daar te komen heb ik geen erg in de lengte van de doek; in de openstaande vaatwasser kom ik tot stilstand. De machine begint spontaan te spoelen, waardoor mij zo zorgvuldig gekrultangde haar er binnen de kortste keren uitziet als de draden van de vloermop, die de moeder van de gastheer in mijn richting duwt. ‘Wat een waterballet!’ roept ze uit, maar de gedachte aan een dansje doet me rillen. Met een onhandige beweging rukt ze aan de omslagdoek, daarbij het restant van de eens zo prachtige rok van mijn lijf scheurend. Er welt plotsklaps een enorme woede in me op en met op elkaar geperste lippen trek ik de andere mouw eraf en stamp de dichtstbijzijnde kamer in. Een intens felle blik, een grauw en een flits van voorbijschietende gestreepte vacht zeggen me genoeg: hier geen warm welkom voor mij. Snel wil ik de kamer verlaten, want voor deze harige viervoeters ben ik allergisch. Dat vindt de kat des huizes geen goed idee en met bijna aandoenlijke bezittersdrang worden er scherpe nagels in mijn gepantyde benen geslagen, dwars door de omslagdoek heen. Terwijl ik sta te jodelen van de pijn, komt de vader binnen. Met een ferm gebaar maakt hij de klauwtjes van het miniroofdier los, stukjes van mijn vel meenemend. ‘Dat doet-ie anders nooit…’,  klinkt het verontschuldigend. Omdat deze diersoort niet gehinderd wordt door enige vorm van gehoorzaamheid, wordt het bevel ‘in je mand, Cesar’ volkomen genegeerd. Dreigend en blazend loopt de keizerlijke kater op me af. Ik besluit mijn heil elders in het pand te zoeken. ‘Mag ik even gebruik maken van het toilet?’ vraag ik. ‘Neem dat op de eerste verdieping maar’ is het advies, ‘anders moet je weer naar de hal bij de voordeur.’


Wijs geworden neem ik de hele omslagdoek op tot onder mijn oksels en loop naar boven. Ik kan kiezen uit wel vijf deuren, en geen ervan heeft zo’n draaischijf waaruit blijkt of het vertrek erachter bezet is. Op goed geluk neem ik de deur aan mijn linkerkant. Ik zie nog net hoe een laken bliksemsvlug over drie naakte lijven wordt getrokken. Drie? denk ik geschokt. Wat is dit voor een feestje? Achter de volgende deur tref ik een inloopvoorraadkamer aan, met rekken vol kleding, koffers en schoenen. Misschien is er wel wat in mijn maat bij? Op dat moment gaat het licht, dat ik bij binnenkomst had aan gedaan, uit. Op de tast probeer ik de deur terug te vinden, maar tot mijn grote schrik blijkt die ineens op slot te zitten. Heeft één van het dartele trio dat uit voorzorg gedaan? Waar is mijn mobieltje? In mijn handtasje, en dat ligt beneden, tussen de scherven van de Chinese vaas. Of had ik het bij me in de keuken? Wanhopig begin ik op de deur te bonzen.


Beneden is het feest inmiddels in volle gang, zodat mijn hulpgeroep niet boven de muziek uit komt. Mijn enige hoop is dat Debby mij gaat missen, als ze tenminste niet ligt te zwijmelen aan de voeten van onze gastheer. Die trouwens lang niet zo knap en aantrekkelijk is als ze me heeft doen geloven. Omdat ik in de inloopvoorraadkamer geen losstaande rekken wil omgooien, ga ik op de grond zitten. Na een tijd - die door het duister oneindig lijkt - wordt er aan de deur gemorreld. Het is Debby, die nadat ze de deur weer open heeft gedaan, me met een vreemde blik in haar ogen aankijkt. ‘Ja’, begint ze, ‘ik weet niet hoe ik dit moet vertellen, maar Jasper belde net. Ik heb niet zo goed opgelet, weet je.’ Ik heb geen idee waar ze het over heeft en wacht tot ze verder gaat. ‘We hadden op de Hulstlaan nummer 37 moeten zijn, dit is het verkeerde feestje.’ Voordat ik haar naar de keel vlieg, trek ik het restant van mijn jurk uit en prop dat in haar openstaande mond…….

 

© 9 november 2014

 

===========

 

In de bundel Blauwdruk van Uitgeverij Kontrast zijn onderstaande gedichten van mij opgenomen, in het kader van Stadsgedichtenwedstrijd 2014:

 

Met opgerolde mouwen


Men zegt: hier zijn de overhemden
Al standaard voorbewerkt te koop
’t Zou gaan om daden, niet om woorden
Maar dan gooit men ons op één hoop!
We scheppen echt, niet alleen putten
Al liggen altijd straten open
En mogen we iets ouds graag slopen
Kunstzinnig gaat niet over nutten

 

Men zegt: ze zijn hier heel direct
Te vrij, te luid en te brutaal
Toch is dat niet ’t hele verhaal
Niet iedereen is grofgebekt
Ons hart klopt voor origineel, d’r
huizen dichters, overal
 Zoals die ene Jules, die Deelder
En jaarlijks International
De poetry op vuilniswagens
Geeft het al aan: ’t zit in ons bloed
We scheppen schoonheid in de straten
Die smerigheid vergeten doet

 

De humor is een stille kracht
Zoals bij bruggen en gebouwen
Voor ’t af is heeft men al bedacht:
Dit wordt de naam om te onthouwen
De Kist van Quist, de Paperclip
De Zwaan, ‘t Kasteel, de Hoerenloper
De Hunkerbunker, Bedelbrug,
De Koopgoot en de Apenrots
Het Potlood en het Weenawijf
Op zo’n stad ben ik apetrots
Vandaar dat ik hier wonen blijf!

 

© Marianne Fortuin 8-7-2014

 

Mijn stad aan de Maas


Je bruggen heb ik nooit geteld
Maar water is je levensader
Dat stroomt en kolkt soms met geweld
Door mij bezien vanaf je kaden
Ik droomde er van verre tochten
Op menig schip verstekeling
’k ging naar het zuiden, want vervlochten
Was daarmee de herinnering
Aan vreemde landen en klimaten
Andere klanken en muziek
En ieder wordt hier toegelaten
Van Mexico tot Mozambique

 

Je bent een stad van vele volken
Die kwamen met een hart vol hoop
Hun geuren, smaken en gewoonten
Op markten overal te koop
Als een boeket vol bonte bloemen
Zijn straat en plein nu veelgekleurd
In pakweg vijftig, zestig jaren
Is er ontzettend veel gebeurd
Soms kwam men stil en schuchter binnen
Familie bleef het ankerpunt
Wist niet waar of hoe te beginnen
Werd ook aan hen een plek gegund?

 

Al ben je dan een stad van water
Dat alsmaar stroomt, op weg naar zee
Eenmaal hier thuis blijft ’t altijd knagen
Want Rotterdam, dat is heimwee…..

 

© Marianne Fortuin 8-7-2014

 

===============================

 

 

 

 

Verzet je zinnen!

 

Dat was de titel van een wedstrijd over taal, georganiseerd door de Bibliotheek Rotterdam. Onderstaand mijn bijdrage.

 

Het begon als een grap. Na een feestje bij vrienden plukte ik in een baldadige bui een bordje met ‘Te koop’ uit de tuin van vier huizen verderop en plantte dit tussen de struiken van onze vrienden. Die snapten in eerste instantie niet, waarom er alsmaar nieuwsgierigen op de stoep stonden. Zat er een kat op het dak? Was er een tak afgewaaid? Hing er een vergeten kledingstuk te wapperen? Aan weerskanten van het raam keek men elkaar niet-begrijpend aan.

Enthousiast geworden door dit kleine succes besloot ik mijn werkgebied uit te breiden. Er ontstond een verkeerschaos en een enorme parkeerplaats bij een bekend meubelwarenhuis bleef leeg, toen ik bij alle inritten een bord met ‘verboden te parkeren’ had neergezet. Mensen kwamen uit hun auto’s en raakten in gesprek: hoe kregen ze nu al die Benno’s en Billy’s naar huis? Anarchie dreigde uit te breken, dranghekken werden omver gesmeten, maar gewoon doorrijden deed men niet. Na een halfuur kwamen de kassamedewerkers eens kijken waar de klanten bleven, daarna volgde de opruiming die geen korting opleverde.

Aan de kust bij Kijkduin las men midden in de branding ‘voetgangers hier oversteken’, in het Baarnse Bos zocht men vergeefs naar ‘de linker tunnelbuis’ die was afgesloten. In het Dolfinarium probeerde men de zeehonden een riem om te doen, want ja: ‘honden aan de lijn’ stond er echt, en oppassers doen hun naam eer aan. Zo haalde ik nog wat streken uit: ‘de scholen zijn weer begonnen’ in de hal van het zorgcentrum, waarop personeel en bejaarden spontaan de tafel van zeven gingen opzeggen, de ‘zachte berm’ verscheen op de flanken van de Sint Pietersberg en op de Coolsingel waren wilde zwijnen gesignaleerd.

 

Toen daarna een bord vermeldde dat het jachtseizoen was geopend, dook iedereen de koopgoot in, ook de automobilist die – net gewaarschuwd door ‘trambaan opgebroken’ al was uitgeweken en daarbij wat marathonlopers platwalste. Sporters lezen blijkbaar geen borden, ze gaan te snel. Daardoor liepen ze niet alleen op de verkeerde dag in de verkeerde stad, maar misten ze ook de finish, die was ‘verplaatst’ naar truckmeeting Nog Harder Lopik.

 

Al snel kreeg ik zin mijn geluk in het buitenland te beproeven. Daar wonnen de pictogrammen het vaak van de taal. Midden in de Sahara probeerde een wanhopige Toeareg zijn kameel weer in beweging te krijgen, maar het dier – intens beledigd door het bord met een veerpont – weigerde een stap te zetten: hij was immers het schip der woestijn? En van Kruiningen – Perkpolder had hij nog nooit gehoord…. Een steppewolf lag in een deuk toen hij het opschrift ‘hollen zonder drollen’ bij de hondenhalte zag. IJsberen op Antarctica en pinguïns op de Noordpool; het was bijna te makkelijk hoe snel je een omleiding had gecreëerd. De volgzaamheid was onnavolgbaar.

Als het om taal ging, shopte ik graag in België. Langs de rijksweg staan van die metershoge borden met pakkende verkeersopvoedkundige pareltjes. Door het voor ons Noorderlingen wat aparte taalgebruik blijven die zinnen veel langer hangen. Ik besloot dan ook zo’n bord te ‘lenen’ en nam het mee naar de overkant van het Kanaal. In de tuin van de villa van een bekende zanger stond al snel het bewuste bord. Omdat hij een Belgische voorouder heeft, had ik goede hoop dat hij de zin zou begrijpen. Geldof, want daar heb ik het over, keek niet echt verrast op toen in mijn kielzog de lokale gemotoriseerde dienstklopper verscheen, want ‘Bob panikeert niet als hij een zwaailicht ziet….!’ Helaas had de Belgische politie zich inmiddels verzameld voor een achtervolging en vanaf dat moment beperk ik me tot het oplossen van cryptogrammen. Ik had mijn zinnen genoeg verzet.

September 2012


Kerstkaart 2013

 

Terwijl op aarde mensen werden geteisterd door natuur- en oorlogsgeweld, dictators nog altijd onderdrukten en misdaad loonde, maakte men zich in het kleine landje aan de zee druk over een scheefgegroeide traditie en de lijst met toegestane huisdieren.

‘Rendier mag’, zei de Kerstman. Hij zat met Sinterklaas aan de koffie in een warenhuisrestaurant. ‘Toch ga ik in staking’, sprak hij ferm. ‘Ze hebben mijn pensioenleeftijd met terugwerkende kracht aangepast. ’t Wordt nu 2098. En zakken vullen staat nog steeds in een kwaad daglicht, ook al zijn die van ons van jute.’

‘Dan doe ik met je mee’, zei Sint Nicolaas. ‘Mijn trouwe helpers staan zo in de schijnwerpers, dat de schoensmeer is doorgelopen. En dan de participatiemaatschappij. Mantelzorg? Doe ik al jaren zelf; ik heb geen geld voor een nieuwe jas.’

‘Inderdaad’, antwoordde de Kerstman, ‘maar er is ook goed nieuws. Vrouwen worden eindelijk serieuzer genomen.’ ‘Nou’, zei de Sint, ‘bij mijn personeel is minstens de helft al vrouw.’

‘Da’s waar, Nico’, beaamde de Kerstman. ‘Waarom zitten we trouwens hier, in plaats van thuis bij de open haard?’ ‘Omdat ook wij worden afgeluisterd’, fluisterde Sinterklaas. ‘Zijn wij interessant dan?’ vroeg de Kerstman verbaasd. ‘Uiteraard’, antwoordde de Sint, ‘wij komen bij iedereen in huis.’ ‘Goh…‘zei de Kerstman ontdaan. ‘Maar hoe moet het nu verder? Het schenken zit ons in het bloed.’ ‘Je hebt gelijk’, zei Sinterklaas. ‘Laten we vooral onszelf blijven. Ik heb nog wat appeltjes van oranje gespaard. Kom, dan gaan we shoppen!’

 

We schenken je graag de allerbeste wensen!

Kerstkaart 2013 Duits

 

Während auf Erde die Menschen Natur- und Kriegsgewalt ausgesetzt waren, Diktatoren noch immer unterdruckten und Verbrechen sich lohnte, regte man sich im kleinem Ländchen an der Nordsee auf über eine schiefgewachsene Tradition und die Liste der erlaubten Haustiere.

 

„Rentier ist o.k.“, sagte der Weihnachtsmann. Er saß mit Sankt Nikolaus im Kaufhausrestaurant beim Kaffee. „Trotzdem trete ich in den Streik“, sprach er entschlossen. Man hat mein Pensionsalter mit Rückwirkung erhöht, es wird jetzt 2098.“

 

„Dann mache ich mit“, sagte Sankt Nikolaus. „Meine treue Helfer wurden von so vielen Scheinwerfern beschienen, dass die schwarze Schuhkrem ausgelaufen ist. Und dann diese Partizipierungsgesellschaft! Auf einmal dürfen wir - alte Leute - mitmachen, pah! Es ist nur ein gutes Wort für Scrabble.“

 

„Genau“, antwortete der Weihnachtsmann, „aber es gibt auch gute Nachrichten. Frauen nimmt man endlich ernster.“ „Nah, ja“, sagte Sank Nikolaus, „bei meinem Personal ist mindestens die Hälfte Frau.“

„Das stimmt, Niko“, bestätigte der Weihnachtsmann. „Warum sitzen wir übrigens jetzt hier, anstatt zu Hause am Kamin?“ „Weil auch wir abgehorcht werden“, flüsterte Sankt Nikolaus. „Sind wir denn interessant?“, fragte der Weihnachtsmann erstaunt. „Selbstverständlich“, meinte Sankt Nikolaus, „wir kommen bei jedem.“ „Ooooohhhh“, rief der Weihnachtsmann entsetzt. „Aber wie geht es jetzt weiter? Das Schenken steckt uns im Blut.“ „Du hast Recht“, sprach Sankt Nikolaus. „Lasst uns vor allem unseren Grundsätzen treu bleiben. Ich habe noch ein Paar Notgroschen zurückgelegt. Komm, wir gehen shoppen!“

Wir schenken dir wie üblich unsere allerbeste Wünsche!

 


Kerstkaart 2012

In het Heartrockcafé zaten Sint Nicolaas en de Kerstman, de internationaal bekende weldoeners, aan de koffie. Ze bespraken het voorbije jaar. "Tjongejonge", zei Sinterklaas, als altijd de zorgelijkste van de twee. "De toestand in de wereld wordt er niet vrolijker op. Recessie, ontslagen, zakkenvullers, onrust en strijd, om over het klimaat nog maar te zwijgen."

 

De Kerstman probeerde zijn vriend op te monteren. "Weet je wat, laten we meedoen aan de wedstrijd 'Verzamel zoveel mogelijk positieve spreekwoorden of gezegdes.' Daar knap je vast van op."

"Wat dacht je dan 'een schouderklopje geven?', vroeg de Sint. "Prima", antwoordde de Kerstman, "dat is er eentje. Ik heb 'wie goed doet, goed ontmoet', die kan er ook bij."

 

"Het valt toch wel tegen", vond Sinterklaas na een poosje, "er zijn veel meer spreekwoorden die niet zo positief zijn." "Ga door, Nico", sprak de Kerstman, "wie weet halen we hier inspiratie uit voor onze kerstwens." De Sint zei peinzend: "Het viel me op, dat het woord 'hart' veel voorkomt." "Prachtig!" riep de Kerstman uit, "dan wordt onze wens:

 

"Laat je hart spreken!" 

Kerstkaart 2011

 

‘Twitter jij al?’, vroeg Sinterklaas aan de Kerstman. ‘Niet meer’, antwoordde die, ‘mijn rendieren werden heel nerveus van al die volgers…En zit jij op hoe-heet-dat-ook-weer, iets met een boek?’ ‘Nee zeg’, zei de Sint, ‘ik vind het Grote Boek al vol genoeg. Ik heb er trouwens geen tijd voor, nu mijn knechten ter discussie staan. Verkeerde kleur, weet je.’ ‘Oh, dát’, bevestigde de Kerstman, ‘discriminatie en slavenhandel. Hollanders werden de kooplieden van Europa genoemd, met hun zogenaamde lelieblanke hart en hun hand op de knip…. Maar het is nog te vroeg voor excuses aan die Afrikaanse mensen; we zijn pas bij Rawagede en WO II.’

‘Het was me het jaartje anders wel’, sprak de Sint, ‘de Arabische Lente, de Zonloze Zomer, de Hete Herfst met dat Grieks / Romeins worstelen in de Eurozone… En de winter moet nog komen….‘

 

 

‘Weet je’, antwoordde de Kerstman, ‘steeds meer zaken komen aan het licht, en dan kan er wat gebeuren. Maar om terug te komen op die Zwarte Pieten van jou: die bestaan niet echt, en wij trouwens ook niet. We spelen een rol, waardoor de mensen elkaar iets moois kunnen geven. Waar maak je je dan druk om?’

‘Je hebt gelijk’, sprak Nico. ‘Wat pak je daar trouwens in?’ ‘Porties licht’, antwoordde de Kerstman, ‘om te kunnen zien waar het om gaat, zodat je ook in bange dagen je hart kunt blijven volgen.’ ‘Doe mij er dan maar twee’, zei de Sint. ‘Eentje voor nu en de andere voor 2012!’

Ik wens jou fijne feestdagen en veel licht in 2012!


Kerstkaart 2010

Van: info@sinterklaas.es
Aan: dekerstman@dewereld.com
Verzonden: Di 14-12-2010 23:54


Onderwerp: verandering
Vanaf dit jaar worden de kadootjes virtueel geleverd. Gezien de bedenkelijke reputatie van een deel van mijn geloofsbroeders wil ik niet langer gesignaleerd worden met kinderen. En wie weet straks hun brieven aan mij op WikiLeaks…. De ouders zullen mijn waardige vervangers zijn voor het schenken van de chocolademelk. Geen uitdelen en inzetten van Zwarte Pieten meer, weg met de zakkenvullers. Turkse oorsprong, Spaanse woonplaats; teveel buitenlands schijnt bedreigend te zijn. Ik ga een vrouw zoeken, mijn wederhelft. Kunnen we samen gaan (uit-)delen. www.wereldwijdewarmte.com. Doe je mee?


 sint

 

 

 

 

Van: dekerstman@dewereld.com
Aan: info@sinterklaas.es
Verzonden: Di 14-12-2010 23.55


Onderwerp: continuïteit
Goed idee! Mijn rendieren kunnen de Noordpool niet meer vinden, dus houd ik ook op met reizen. De mensen kunnen veel meer dan ze denken; het ging in de kabinetloze periode toch ook :-). We zijn allemaal wereldburgers, en wat is er nou heerlijker dan elkaar iets moois te geven? Daar ga ik natuurlijk gewoon mee door. Het hoeft niet veel te kosten, en ik begin met de welgemeende beste wensen voor 2011!


  kerstman

 

Kerstkaart 2009

 

‘Het is nu toch 2009?’ vroeg Sinterklaas. ‘Ja, natuurlijk, hoezo?’ zei de Kerstman. ‘Ik had het gevoel dat het 1984 was’, sprak de Sint. ‘Mijn paard krijgt een chip in z’n oor, jouw rendieren trouwens ook. Ze noemen het rekening rijden, maar ondertussen…’ ‘Ja, ja’, zei de Kerstman nadenkend, ‘ik volg je….’

 

De Sint: ‘En dan die belasting op buitenlandse tegoeden! Ik kreeg een aanslag voor die miljoenen pepernoten en appeltjes van oranje in mijn Spaanse pakhuizen.’ ‘Nou, nou’, zei de Kerstman, ‘En dat terwijl je iedereen hierin laat delen…..Heb jij trouwens je prik al gehaald?’ ‘Nee’, zei de Sint. ‘Het gaat er niet om hoe oud je bent, maar hoe je leeft. Anders waren wij toch nooit zulke krasse knarren geworden?’

 

 

‘Je hebt gelijk, Nico’, sprak de Kerstman. ‘Liefde is nog steeds het beste medicijn…. En over injecties gesproken: mijn bank kreeg er een met nieuw schuimrubber. Zit nu weer prima!’

 

‘Percies!’ reageerde Sinterklaas. ‘En dan dat schaarstegedoe: werken tot je 67e, lelijke spaarlampen in kroonluchters, bezuinigen op het onderwijs….Schaarste aan visie, als je ’t mij vraagt.’ ’Rustig nou maar, ‘t komt goed’, zei de Kerstman. ‘Nu is het eerst tijd voor een feestje. Schenken maar!’

 

Wij schenken je voor elk seizoen in 2010 alle goeds: liefde, vriendschap, gezondheid en geluk!

 

 

 

Kerstkaart 2008


'Ik snap er niks meer van', zei Sinterklaas. 'Kom ik bij de bank, zeggen ze 'Piet Krediet woont hier niet'. Ik ken alleen Zwarte Piet... En dat terwijl ik altijd zo'n goeie klant ben geweest. Zeker dit jaar; er is meer weggegeven dan ooit.' De Kerstman zat op handen en voeten op de grond en keek geamuseerd op. Hij was bezig iets voor zich uit te gooien. 'Wat doe jij nou?' vroeg de Sint. Toen zag hij het: honderden munten vlogen over het tapijt.

 

'Ja', zei de Kerstman, 'dat heb je goed gezien: geld moet rollen! En luister maar niet naar die man met dat schooljongenskapsel, die JP, die ons waarschuwt voor een recessie. Heb jij hem het volk horen toespreken, toen de zeepbel van speculaties en grove financiele winsten steeds verder werd opgeblazen? Nou dan.' 'Wacht', zei Sinterklaas, 'dat kan beter', en hij pakte uit zijn portefeuille stapels bankbiljetten, die hij heel strak oprolde. 'Kijk', zei hij, 'nou schiet het echt goed op. En je weet het: van delen word je rijker!'

 


Top

 

Kerstwensen vanaf 1994 t/m 2006

voorkant boekje beste wensen

 


Gepubliceerd februari 2007.

Hoewel het Kerstkaarten zijn, gaan de teksten over universele zaken

die in de maatschappij en bij mensen aan de orde zijn.

Bestellen kan direct bij mij (per e-mail info@compagniefortuin.nl), of via www.lulu.com

 

Een verhaal over dieren, in het kader van de Boekenweek 2009.

Geschreven op 9 februari 2009.

 

Beestjes

Begin december vorig jaar kwamen er bacillen aangewaaid, die mij onmiddellijk als willoos slachtoffer herkenden. De winter is nu eenmaal niet mijn seizoen; ik zou liever lekker opgerold als een egel een winterslaap houden. Eén grote gaap en ze waren binnen, waar ze zich direct vestigden in mijn keel. Schuurpapier korrel 24 was het gevolg en ik had de hele dag alleen maar ijsjes willen eten.

 

Toen ik de tegenaanval opende met keelpastilles, veranderde hun aanvalstactiek en ontpopte een aantal van hen zich als hoestbacillen, type kriebel. Het meest actief waren ze ’s avonds, als ik net in bed lag. Schuddend en proestend hield ik niet alleen mezelf, maar ook manlief uit de slaap. Om de aandacht van mijn keelgebied af te leiden, zei hij op een avond: ‘denk aan konijntjes!’ En dat hielp dan even, want ik zag witte konijntjes voor mijn geestesoog verschijnen. Uiteraard waren het geen gewone, want ze liepen rechtop. Ze waren elke keer anders gekleed, en met iets bezig. De ene keer in voetbaltenue, de andere keer aan het roeien op de Rotte. Ik zag ze als fanfarekorps, als balletgroep en ga zo maar door. Het waren er altijd 18, dat moest zo zijn. Ook overdag riep ik de hulp van deze virtuele rakkertjes graag in.

 

Ik hield manlief van hun verschijningsvormen op de hoogte, iets dat je in een grotere groep mensen maar beter niet kunt doen. Je krijgt eerst vragende en verbaasde blikken bij de aansporing ‘konijntjes!’; na de uitleg veranderden die blikken in meewarige en bezorgde.

 

 

Sommige mensen moesten acuut ‘even naar het toilet’ of zochten paniekerig een nieuwe gesprekspartner. Samen met een stevige hoestdrank deden de konijntjes erg goed werk: de hoestbacillen trokken zich terug.

 

Ondertussen was een ander deel van de groep bacillen - net als een echt leger - begonnen zich te verspreiden. De kerntroepen namen de neus in, die zich vanaf dat moment ging gedragen als een lekkend kraantje. Vuurrood en schrijnend door de aanraking met – volgens de verpakking - fluweelzachte tissues leed mijn reukorgaan in stilte. Geluid en milde sproeiregen verschenen als ik nieste, soms vijftig keer per dag. Mijn kleine vriendjes vonden dat allemaal maar niks. Hun behulpzame beelden verdwenen met 200 kilometer per uur en op een wildwaterbaan waren ze niet gebouwd.

 

De flanken van het bacillenvolk trokken de bijholtes in, waar ze ernstiger schade aanrichtten in de vorm van een forse ontsteking. Dagenlang zat mijn hoofd in de mist, en mijn lichaam voelde zich als iemand die een enorm pak slaag heeft gehad. Ook hier konden de konijntjes weinig voor me doen, want door de nevelflarden loste hun witte velletje op in onzichtbaarheid.

 

Natuurlijk ging ik ook die aanvallen te lijf met gepaste middelen; ik leek wel een wandelende apotheek. En nu, weken later, durf ik voorzichtig aan te beweren, dat zich nog slechts enkele bacillen in de struiken hebben verstopt. De hoestbacillen onder hen doen alsof ze slapen, terwijl ik wel beter weet. Ze wachten waarschijnlijk hun kans af. De bewoners van het neusgebied ondernemen af en toe een lafhartige poging tot een aanval, maar veel (man-)kracht hebben ze niet meer. Met een flinke dosis vitamine C en ongeduld wacht ik op de lentezon. Dat zal ze leren!

 

 

 

 

Top

 

 

Minicolumn, geschreven op 10 oktober 2008:

 

Lerfst

De weigelia bloeit. Tientallen klaprozen in de berm, madeliefjes in het grasveld.

Tere roze rozenblaadjes sieren een struik. Een dik tapijt van bladafval in okergeel,

steenrood en roestbruin bedekt straten, parken en plantsoenen. Het is lerfst: lente in de herfst!

 

 

Gedichten

Sinterklaasgedicht voor een saunacentrum, december 2009

Zeg Sinterklaas, zei Zwarte Piet
ik ben niet dom, maar snap iets niet.
Als ik daar door die schoorsteen gluur
zie ik een kachel zonder vuur.
Het is er warmer dan in huis,
toch voelen mensen zich er thuis.
Ik ruik verrukkelijke geuren,
wat zou daarbinnen toch gebeuren?
Ik hoor gepraat en soms gelach;
de vraag is of 'k naar binnen mag.

Sint riep zijn Pieten bij elkaar
en vroeg: wanneer is 't werken klaar?
Op 5 december, om half zeven.
Wel, zei Sint, dan gaan we 't beleven!
Op Pakjesavond is men thuis,
dan kunnen we hier fijn ontspannen.
Voor elk een sleutel, voor je kluis.
Toe, niet zo bleu, ga je vermannen!

Terwijl de maan door bomen scheen
op 't prachtig glanzend meer,
relaxten zij van top tot teen,
genoten keer op keer.
De Sint sprak in het Kelodrome:
'k ben jaren jonger door die stoom.
De Universal Contour Wrap
zorgt dat ik weer een taille heb
en Doctor Babor voor de huid;
wat ziet die er weer prachtig uit!

En voor wie straks op 5 december,
zijn buik gevuld met koek en gember,
met Bisschopswijn - goed voor de dorst -
uit wand'len gaat in 't dorpje Voorst,
die ziet in 't kleedhok aan de wand
Sint's witte onderjurk met kant,
gekleurde pakken, bonte veren;
ja, ook de Pieten uit de kleren.
Wil jij hier bij zijn, ga dan snel
naar thermenbussloo.nl

Liefde

Een broodje in een bakkerszaak

Zei van zichzelf: ‘k heb heel veel smaak.

Maar krentenbol die naast hem lag

Schoot onbedaarlijk in de lach.

Wat ben jij voor een bleke vent

‘k zie geen rozijn, laat staan een krent.

Je bent gewoon ontzettend saai

En na een dag smaak je al taai.

Je ligt hier bleek, kijk eens naar mij,

Ze staan voor mij steeds in de rij!

 

Het broodje schrok, wat was dat nou?

Hij wist niet wat hij zeggen zou.

Hij wilde bijna al gaan grienen,

Bekeek zichzelf in de vitrine.

En zag een blozend rond gezicht,

Hij glansde mooi, zo in het licht.

Z’n korstje knapperig gebakken,

Van binnen zacht, om zó te pakken….

En ’t broodje zei: ik ben met kaas

Die rare krentenbol de baas!

 

Een meisje kwam de winkel binnen

Met in haar hand een beetje geld.

Al honderd keer had ze ’t geteld

Wat zou ze kiezen, waar beginnen?

Een lolly, of toch maar een koek….

Toen stond ze in de broodjeshoek

En weer was er zoveel te kopen

De één was rond, en die ovaal.

Het meisje deed haar mondje open

En zei: ik koop ze allemaal!

 

Het broodje en de krentenbol

Verdwenen samen in haar tas.

En toen het meisje weer thuis was

Sneed ze ze door, maakte ze hol.

Met boter en een beetje melk

Kneedde ze hartjes, één van elk

Die plakte ze toen op elkaar

Met pindakaas, het was zo klaar.

Ze zei: dat kiezen, niks voor mij,

Ik hou gewoon van allebei!

 

Top

 

 

 

Indianen

 

Diepe groeven, lange haren
Wijze blikken, somberheid
Eeuwenlang in ’t woud gelopen
En nu bijna alles kwijt
Met hun vreemde rituelen
En gevechten, stam tot stam
Hun sjamanen en hun spreuken
Die toen niet werden gehoord

 

Wie kan hen compleet doorgronden
Als je de wind niet hoort spreken
Herte-ogen niet kunt lezen
Watergeesten niet kunt voelen
Vogels aan je voorbij vliegen
Plantenpijn je niet bereikt
En je de boom alleen ziet als zijn schaduw
Of de plank die je zaagt……….

 

Indiaan

 

Top

 

Korte verhalen

 

Een deel uit 'Handboek sport voor beginners':

 

Handboek sport voor beginners


Algemene spiertraining
Rek je eerst goed uit, als je wakker wordt. Strek je voorpootjes zo ver mogelijk voor je uit, maak een platte rug en geeuw een paar keer uitbundig.
Ga dan door het huis rennen, vergeet de hoeken van de kamer en de trappen niet. Het leukste is natuurlijk in competitieverband: je broer achterna. Of hij jou. Als je moe wordt, rust dan even uit en ga verder met de specifieke oefeningen, zoals:


Klimoefening
Je kunt hiervoor allerlei voorwerpen of meubels gebruiken. Hout geeft het beste houvast, hoewel gordijnstof ook goed werkt. En bij de Kerstkaarten hangt zo’n grappig draadje, daar kan je dan mee spelen. Deze Kerstkaarten zijn ook te bereiken via de hordeur. Eén kaart is heel grappig, daar hangt zo’n leuk spannend hebbedingetje aan. He, wat jammer, nou heeft de persoon de hordeur weggezet….. Een muur met sierpleister lijkt een eitje, maar is alleen geschikt om je nagels aan te scherpen. Planten hoger dan een halve meter voldoen ook, mits de stam en de takken niet te dun zijn. Gewoon uitproberen als je hierover twijfelt.

 

Bij het op schoot klimmen je stevig in de kleding vastnagelen, want soms is het hele gladde stof en lig je zo weer beneden.
Behang is ook niet zo geschikt, omdat het makkelijk scheurt. Een zitbank heeft het grote voordeel, dat je meerdere disciplines kunt combineren: rennen, vliegen, springen, klimmen en hangen. Kasten kunnen ook gebruikt worden, en als ze lekker vol staan met spullen stimuleert dat je navigatievaardigheden. Valt er toch iets met rinkelend geluid naar beneden en op de grond, dan was het breekbaar.

 

Op tafel klimmen mag alleen, als de betreffende tafel op neushoogte te bereiken is. Andere tafels en aanrechten schijnen niet toegestaan te zijn, en hoewel daardoor extra interessant gebied: alleen op klimmen als er niemand thuis is. Je kunt alles dan op je gemak aan een onderzoek onderwerpen.


Probeer wel zo min mogelijk sporen achter te laten, of onschuldig als een baby te kijken als ze thuiskomt.


Judo
Ook hier is de aanwezigheid van een soortgenoot heel handig. Zonder zo'n malle witte badjas met gekleurd koord is het trouwens veel leuker, sneller, flitsender.

 

De mazzel en een poot!

 

IMG_5026.jpg     IMG_5005.jpg 

 

 

    IMG_5022.jpg       IMG_5018.jpg

 

Uit: Handboek Sport voor beginners. © 2010 Compagnie Fortuin

 




 

Top